Vergeet de vergeten schrijvers niet!

De Boog brengt elk jaar een eresaluut aan een waardevol woordkunstenaar die ten onrechte vergeten werd.
Zestien jaar geleden stierf Leo Geerts. Weinigen zullen hem nog kennen, een reden te meer om zijn werk een avond lang de ruimte te geven.

Hank Geerts en Ina Geerts zullen voorlezen uit het werk van hun vader.
Ludo Abicht en Frank Albers zullen als vriend of collega aspecten van zijn werk belichten.
Geerts' oudste vriend Jean Groenen omlijst het geheel met de jazz&blues van The Three Dreamers, met Little Eddy op piano, Judge Green op gitaar en special guest Ina Earner zang.

Verder interview- en operafragmenten en de allerlaatste exemplaren van Geerts' boeken die te koop worden aangeboden.
Het literaire tijdschrift Deus ex Machina publiceertin zijn nieuwste nummer een aantal ongepubliceerde brieven van en een essay van Johan Vandenbroeck over Leo Geerts. www.deusexmachina.be verleent zijn medewerking aan deze avond.

Leo Geerts (1935-1991) studeerde Germaanse filologie in Leuven en werd in 1959 leraar Nederlands, Engels en Duits in Westmalle.
Van 1964 tot 1984 was Geerts recensent van het weekblad De Nieuwe, aanvankelijk van televisie, maar al spoedig van literatuur. In 1974 werd hij tevens redacteur van het maandblad Streven. Zijn literaire kritieken werden gebundeld in Het gras in de duinen. Cyrille Offermans: "Wat telkens opvalt is dat Geerts altijd snel ter zake komt. Hij moet niets hebben van 'persoonlijke' inleidingen of irrelevant vertoon van eruditie. ... Hij stoot meteen door tot de kern van het boek en treedt -vaak via andere critici- in discussie met de auteur. Wat hij te berde brengt heeft karakter en scherpte, zet aan tot instemming en tegenspraak en tot lezen. De kritieken van Geerts zijn altijd boeiend, ook als je het niet altijd met hem eens bent."
Loeders (1975) beschrijft de bewoners van Doel (waar Geerts geboren is). Het toont de de binnenkant van dit kerncentrale-dorp: eenzaamheid en vervreemding, waarbij de tegenstellingen tussen collectivisme en individualisme, tusen kapitalisme en socialisme een hoofdrol spelen. Die thematiek krijgt een vervolg in Pagadders (1982) en Dadaders (1985), waarin Geerts verscheidene personages laat heroptreden. Geerts maakt gebruik van verschillende stijlen: reisverhaal, detectiveroman, liefdesroman en schelmenroman. Hij past collagetechnieken toe. Zijn proza is grotesk, ironisch en soms absurd.
Voor het muziekdrama Ulrike, een antieke tragedie, met muziek van Raoul de Smet en uitgevoerd door Transparant, schreef hij in 1979 het libretto. Het verhaal volgt de geschiedenis van de Baader-Meinhof-groep en stelt de vraag hoe deze groep kon optreden als de mythische vertegenwoordiger van een generatie.
Onder het pseudoniem Marcel van der Linden schreef hij een pastiche op Mulisch' De pupil onder de titel De mentor (1988). Het boek moest niet alleen van Mulisch' boek een tegenbeeld geven, maar het tevens overtreffen. In Sapfo's lief (1991) doet hij iets soortgelijks met Petronius' Satyricon, waarbij hij Petronius' tekst ziet als een spiegel van onze tijd.