Charles Ducal - Marc Tritsmans


Met het dubbelprogramma Charles Ducal - Marc Tritsmans, verwelkomen we twee van onze allerbeste dichters, wier werk soms verrassende parallellen vertoont.

De Leuvenaar Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier - °1952) staat al jaren mee aan de top van de Vlaamse poëzie. In 1987 sloeg ‘Het huwelijk’ meteen in als een bom.  Ook in zijn volgende bundels ‘De Hertog en ik’,  ‘Moedertaal’ en ‘Naar de aarde’ slaagde hij erin zijn lezers in de ban te houden met zijn vormvaste, ‘teder dreigende’ versregels. De voorlopige kroon op zijn werk kwam er in 2006 met zijn laatste bundel ‘In inkt gewassen’, die  begin dit jaar de eerste Herman de Coninck-prijs wegkaapte. Een verdiende erkenning voor een  ronduit fascinerende dichter.

Poëtica

Er is geen poëzie in een te helder leven.
Op het behang is altijd een plek
die wacht op het vocht. Een vuile bek
zoekt in de laden naar onzegbaarheden.
Alles wat toonbaar is moet overschreven,
ieder gedicht gewassen in inkt
die blind van de moerassen zingt,
waarvan men ziende niets kan weten.
Er is geen poëzie in een te helder leven,
in zuivere spiegels is geen gat
waardoor men in de afgrond stapt
en in het woord valt, woest en ledig.


Ook Marc Tritsmans (°1959)  is allang geen onbekende meer. Hij brak door met ‘De wetten van de zwaartekracht’ en publiceerde tot nu toe zeven dichtbundels bij Uitgeverij Lannoo.  De meest recente: 'Kritische massa' (2002) en 'Warmteleer' (2004). In 2005 verscheen een bundeling met Engelse vertalingen door James Brockway. Verder regelmatige publicaties in Hollands Maandblad, De Gids en Poëziekrant. Liefst zeven opgenomen gedichten in de ‘dikke Komrij’ tonen  diens waardering voor het werk van Marc Tritsmans, van wie overigens nieuw werk  verwacht wordt.

Sloop

Heb genade voor het tere bloempjesbehang,
de plek boven de deur waar het kruisbeeld
hing, de gele randen in het bad, de zware
geur van oude keukens, van reuzel en spek.

Al die kamers waaruit warmte nu voorgoed
ontsnapt en woorden zich  nog trachten te
verbergen in laatste kieren of als schimmel
woekerend in het pleisterwerk. Streel

de vergeten tafel waaraan mensen zich
op het leven soms de tanden hebben
stukgebeten. Spaar het schommelpaard
op zolder want het leeft nog.